Opiniebijdrage van MarthaZorg in Trouw: over eenzaam sterven

Eind september 2017, in de Week tegen Eenzaamheid, publiceerde dagblad Trouw een opiniebijdrage van directeur Irma Donkersloot over ‘eenzaam sterven’. Hier vindt u het artikel in Trouw; hieronder de integrale tekst.

Jaarlijks sterven er duizenden mensen in eenzaamheid, zonder iemand aan hun sterfbed. Irma Donkersloot maakt het als mantelzorgondersteuner regelmatig mee en vraagt er aandacht voor in deze Week tegen Eenzaamheid. ‘Na ieder eenzaam sterfbed vraag ik mij weer af of onze samenleving een antwoord heeft op dit diepe leed.’

Nog niet zo lang geleden liep ik samen met een collega op een begraafplaats zwijgend achter een kist, knerpend grind onder onze voeten. Rondom ons liep niemand, wij waren de enigen die de kist begeleidden. De bewindvoerder van de overledene had ons als mantelzorgondersteuners gevraagd deze oude vrouw op haar sterfbed bij te staan. Familie of kennissen had zij niet, haar sterfbed was een eenzaam sterfbed geweest.

Laatste woorden door een vreemde

Ik begeleid helaas vaker stervenden die níemand meer hebben en ik zal daar als mens en als professional nooit aan wennen. Want het is heftig als jij, als zorgprofessional, ineens degene bent die stervende handen vasthoudt, lippen bevochtigt en – als men dat wenst – een gebed uitspreekt en een lied zingt. Wij zoeken de kleren uit die de overledene zal dragen, brengen nog snel een Mariabeeldje naar het rouwcentrum omdat dit een laatste wens bleek te zijn. Op de begrafenis begeleiden wij de kist en zingt er een door de bewindvoerder ingehuurd koortje. Laatste woorden worden gesproken door een vreemde, dan daalt de overledene een graf in en wordt zijn levensboek tussen onbekenden gesloten.

Duizenden sterven in kille eenzaamheid

In de Week tegen Eenzaamheid 2017 vraag ik de aandacht voor deze trieste werkelijkheid: eenzaam sterven. Jaarlijks moeten er duizenden mensen in kille eenzaamheid sterven, zonder ook maar een hand die de hunne vasthoudt.

Hoe mensen in deze positie terecht zijn gekomen is moeilijk te duiden. Vaak zijn het mensen zonder kinderen of mensen met een zeer verstoorde relatie met de kinderen. Het zijn soms mensen die heel oud worden, waardoor velen hen al ontvallen zijn. Helaas zijn het ook mensen die in bescherming zijn genomen omdat degenen die hen ondersteunden geen zuivere motieven bleken te hebben.

Na ieder eenzaam sterfbed vraag ik mij weer af of onze samenleving een antwoord heeft op dit diepe leed. Ik zie mooie initiatieven op lokaal niveau en in de zorg om mensen contact en afleiding te bieden. Laat dat vooral zo blijven. Maar ik zie, net als velen met mij, ook een samenleving waar ieder gaat voor zichzelf, druk is met het zijne, met een minimum aan sociale controle. Sterven in eenzaamheid is mijns inziens een wrange vrucht van onze voortvarende en succesvolle levensstijl. Het lijkt alsof onze ogen meer en meer gesloten raken voor de nietige, kwetsbare en ogenschijnlijk minder gave kant van het leven.

Zie de mens

In mijn persoonlijke leven probeer ik oog te hebben voor mensen die een wat eenzamer bestaan leiden. Mijn buurvrouw die alleen woonde at één keer per week mee. Als mantelzorgondersteuner probeer ik cliënten goed in de gaten te houden. Verhuizen naar een instelling betekent niet dat zij daar niet vereenzamen. Ook binnen zorginstellingen komen wij helaas veel eenzaamheid tegen.

Zie de mens, houd ik mijzelf vaak voor. Ik wil zowel in mijn privé- als werkomgeving oog hebben voor de mens in al zijn ontluistering, vermogens en onvermogens, wel of niet aanwezige sociale kaart. Pak die hand, vang die blik en heb contact van mens tot mens. Hoe confronterend ook, in het geven kun je veel ontvangen.

Laat een reactie achter